projecten

Inside Installations: Preservation and Presentation of Installation Art

Als partner van de Stichting Behoud Moderne Kunst neemt het Kröller-Müller Museum deel aan het Europese onderzoeksproject 'Inside Installations: Preservation and Presentation of Installation Art', gefinancierd door de EU via het Culture 2000 programma. Het project vindt plaats tussen 2004-2007 en wordt gecoördineerd door Instituut Collectie Nederland met als mede-organisatoren TATE, Restaurierungzentrum Düsseldorf, Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia, S.M.A.K., Gent en de Stichting Behoud Moderne Kunst. Het Kröller-Müller Museum heeft drie case studies uit de collectie ingediend die gedurende het project worden onderzocht, gerestaureerd en opnieuw geïnstalleerd. Dit zijn Clamp (1995) van Franz West, Hoe hoeker, hoe platter (1971, 1973) van Ger van Elk en One and Three Glass (1965, 1977) van Joseph Kosuth. Het onconventionele karakter van de werken vraagt om nieuwe manieren van documentatie, beheer, restauratie en presentatie, kortom ‘best practice’ met betrekking tot deze hedendaagse kunstvorm. Uitwisseling van informatie komt tot stand aan de hand van totaal 30 case studies, waarmee vijf deelonderzoeken binnen het project gevoed worden: Preservation Strategies, Artists’ Participation, Documentation & Archiving strategies, Theory and Semantics, Knowledge Management and Information Exchange. De informatie zal ontsloten worden op de website van het project en via het International Network for Conservation of Contemporary Art (INCCA).

| Meer informatie +

Installatiekunst onderscheidt zich van traditionele kunst in specifieke kwetsbaarheden die zowel afhankelijk zijn van de context waarin het werk getoond wordt als de technologische aspecten die erbij komen kijken. Om dit soort werk voor de toekomst te behouden wordt de traditionele aanpak in documentatie en presentatie op de proef gesteld. Eén van de moeilijkste theoretische en praktische zaken in installatiekunst is het begrip ‘originaliteit’, met name in het geval van ‘site-specific’ installaties. Want wat is essentieel in het bepalen van de oorsprong en de authenticiteit van het werk? Welke delen moeten worden bewaard, mogen worden aangepast of moeten opnieuw gemaakt? Hoe identificeer je het ‘originele’ werk wanneer reproduceerbare media als video zijn gebruikt en de kunstenaar bijvoorbeeld delen van het originele werk in toekomstige installaties aanwendt? Maar er dienen zich nog meer vragen aan: hoe identificeer je ‘handwerk’ wanneer nieuwe media zijn gebruikt in hedendaagse kunst? Hoe identificeer je (interactieve) publieksparticipatie wanneer het werk aanzienlijk verandert in de loop der tijd? Welke rol vervult het museum als bemiddelaar tussen de kunstenaar en het publiek? Een ander probleem is het ontbreken van algemene kennis om installatiekunst te beschrijven. Zoals voor hedendaagse kunst over het algemeen geldt, worden snel nieuwe concepten geïntroduceerd en nieuwe denkwijzen ontwikkeld. Deze verschuivende semantische maatstaf biedt een uitdaging aan de internationale restauratiewereld, die de noodzaak voor uitwisseling van kennis en informatie onderkent.

http://www.insideinstallations.org
http://www.incca.org

Projectcoördinatie: Tatja Scholte - Instituut Collectie Nederland
Looptijd: jun 1, 2004 - jun 1, 2007