Verzamelen met visie

In 1925 publiceert Helene Kröller-Müller, in eigen beheer, haar Beschouwingen over problemen in de ontwikkeling der moderne schilderkunst. In het boek onderscheidt ze twee richtingen, die elkaar in de ontwikkeling van de kunst steeds afwisselen: het realisme en het idealisme. Beide richtingen gaan uit van de waargenomen werkelijkheid. De kunstenaars die ze tot de realisten rekent, zijn vooral bezig met het waarnemen, de lichtval, stofuitdrukking en de effecten van kleuren en van perspectief. De idealisten abstraheren soms de vormen en geven een beeld van hun ‘idee’ van de werkelijkheid.

In 1933 schrijft ze: ‘Het lag in de bedoeling bij het bijeenbrengen deze collectie te laten zien, te doen uitkomen, dat abstracte kunst niets onoverkomelijks is, maar dat zij te allen tijde heeft bestaan. Daarvandaan vindt U hier nieuwe en oude werken bij elkaar. Door de oude wilde ik het goede recht der nieuwe staven.’

Haar persoonlijke favoriet is Vincent van Gogh. Zijn werken vormen het middelpunt van haar collectie. 'Zijn waarde ligt niet in zijn uitdrukkingswijze, zijn techniek, maar in zijn groote en nieuwe menschelijkheid. Hij schiep het moderne expressionisme.' Tijdens haar leven koopt ze 91 schilderijen en 180 werken op papier van de Nederlandse schilder.

Van de moderne kunstenaars bewondert ze vooral de kubisten. Ze koopt werken van Pablo Picasso en Juan Gris en houdt bevlogen pleidooien voor de nieuwe stroming. Ook voor het vroege werk van Piet Mondriaan heeft ze veel bewondering. Over zijn Compositie in lijn uit 1917 schrijft ze dat ze het als ‘cubistische kunst in haar zuiversten vorm’ beschouwt.

Verzamelen met visie