column

Grote groene kop

Grote groene kop is het ‘pièce de résistance’ van een reeks keramische koppen van Marien Schouten (Andel 1956), die sinds ongeveer 2000 zijn ontstaan. Vanaf die tijd begint hij, oorspronkelijk schilder, werk te maken dat meer tot het terrein van de beeldhouwkunst behoort. Eerder al voorziet hij zijn schilderijen van driedimensionale elementen als houten planken en rasters en stalen ornamenten. Deze ingrepen moeten gezien worden als reflecties op de schilderkunst en horen dan ook in dit medium thuis.
De keramische koppen echter behoren tot het klassieke beeldhouwkundige genre van de buste: eigenlijk zijn het koppen met schouders. Ze ontstaan bijna tegen wil en dank. Het werken met keramiek levert een specifieke problematiek op: als je met je vingers een gat duwt in een brok klei, dan wordt dat meteen een oog. Irritant, als je geen voorstelling wil maken, geen kop of gezicht. Uiteindelijk is Marien Schouten juist gebruik gaan maken van dit onvermijdbare effect. Grote groene kop lijkt ogen en neusgaten te hebben, een snavel of bek, oren, een hals en schouders, maar dat wil nog niet zeggen dat er een definieerbaar wezen is ontstaan. De achterzijde van het beeld heeft een stoere, bijna architectonische opbouw, met een geleding die doet denken aan een wervelkolom, maar ook aan een gebouw. Het lijkt alsof hier het skelet van het beeld zichtbaar is gebleven, in tegenstelling tot de voorzijde van het beeld, die veel vloeiender is vormgegeven, zonder zich iets aan te trekken van de inwendige structuur. Dit wordt nog versterkt door de hoogglanzende, sterk reflecterende glazuur, die van het beeld lijkt af te stromen en het, ondanks zijn stoere aanwezigheid, iets immaterieels geeft.
De kleur van het beeld is het voor Marien Schouten typerende groen. Groen domineert zijn schilderijen, tekeningen en sculpturen. Het is de kleur van de natuur, van de geglazuurde bakstenen van Berlage of de vazen van de keramist W.C. Brouwer, die Schouten verzamelt.
Grote groene kop is groter, rigoureuzer en onontkoombaarder dan alle andere koppen. Op zijn ‘sokkel’ van pallets torent hij boven de bezoeker uit. Het beeld werd in 2013 aangekocht en wordt in februari voor het eerst opgesteld in de ‘oude beeldenzaal’. Met de hoofden van Brancusi en Rosso en de aardse beelden van Moore en Hepworth in de buurt.

Lisette Pelsers
Januari 2014