column

2013 2012 2011 2012 2011 2012 2010 2009 2008 2007 2006

Uitlenen voor geld

Over de verdeling van de winst die de succesvolle Parijse tentoonstelling 'Picasso en de oude meesters' heeft opgeleverd –ruim 1 miljoen euro- wordt getwist, lees ik in The Art Newspaper van februari 2009. De organisator van deze blockbuster, de Réunion des Musées Nationaux (RMN), zou deze winst moeten uitkeren aan de belangrijkste bruikleengevers, vinden het Musée Picasso, het Musée d’Orsay en het Louvre, die toppers uit hun vaste presentatie voor lange tijd aan het Grand Palais hebben moeten afstaan en hun eigen bezoekers hebben moeten teleurstellen. Dat musea geld kunnen verdienen aan het uitlenen van hun topwerken weten Amerikaanse musea, die meestal niet aan de leiband van een overheid vastzitten, al jaren. Nederlandse musea zijn er vooral sinds de trend naar verzelfstandiging inzette, vanaf begin jaren negentig, de vruchten van gaan plukken. In Frankrijk verkeert deze vorm van cultureel ondernemerschap nog in de beginfase, omdat het daar pas vanaf 2003 gesubsidieerde musea is toegestaan om de commerciële markt op te gaan. Ondertussen geldt voor de musea in de genoemde en een aantal andere landen dat de overheden zich steeds meer uit de financiering terugtrekken en stimuleren dat de markt zo veel mogelijk zijn werk moet doen.
Het sinds 1994 verzelfstandigde Kröller-Müller Museum is voor zijn voortbestaan afhankelijk geworden van deze zogenaamde bruikleenvergoedingen door jaarlijks een groot aantal toppers uit de verzameling ergens in de wereld te laten zien. Begin februari sloten we, bij voorbeeld, een zeer succesvolle presentatie af rond onze van Gogh tekeningen in Brescia. Er kwamen bijna 213.000 bezoekers. Het jaar daarvoor waren we samen met het Van Gogh Museum in Seoul, waar ruim 750.000 bezoekers geteld werden. We maken er veel mensen gelukkig mee door bijzondere kunstwerken in een samenhangend geheel naar ze toe te brengen én we doen aan Holland promotie. Anderzijds blijft onze schoorsteen roken. Jammer genoeg stelt de rijksoverheid, onze hoofdsponsor, zijn financiële bijdrage aan onze exploitatie steeds naar beneden bij, zodat we, ondanks de interessante inkomsten, toch niet in staat zijn om voor het thuisfront iets extra’s te doen, integendeel, ons museum moet in de komende jaren 15% van zijn personeel wegbezuinigen en dat zal merkbaar zijn.
Kröller-Müller is niet het enige museum dat op deze wijze de gevolgen van de marktwerking ondervindt. Veel musea proberen te overleven of winst te realiseren door de ene na de andere publiekstrekkende tentoonstelling te organiseren. Daarvoor hebben ze, echter, kunstwerken nodig met iconisch karakter. Kunstwerken, waarvan er vele in het Kröller-Müller Museum aanwezig zijn. De afgelopen jaren zijn de bruikleenaanvragen voor dit soort werken bij ons dan ook explosief gestegen. Omdat we zelf moeten overleven en omdat we onze eigen bezoekers, die van over de gehele wereld naar ons domein reizen om dat ene speciale werk te zien, niet willen en kunnen teleurstellen, verkopen we steeds vaker ‘nee’.
Hoe ziet de toekomst in Nederland er uit? Omdat we in een context leven, die stimuleert dat we onze eigen broek ophouden, lijkt het logisch dat ook wij een deel van de winst gaan opeisen, die andere musea maken met onze schatten, net als in Frankrijk. Toch ligt dat moeilijk, omdat onze overheid weliswaar eist dat we steeds meer eigen inkomsten genereren, maar tegelijkertijd voorwaarden daaraan stelt, bij voorbeeld door te eisen dat het bruikleenverkeer tussen musea zo min mogelijk financieel belast wordt. De aloude spagaat tussen de betuttelende overheid, die maar niet kan loslaten, en de overheid, die liever minder geld aan musea uitgeeft, komt hier weer boven. Ik vind het jammer dat musea steeds meer van hun ideële karakter verliezen, maar het is de consequentie van de keuze van de politiek. Daarom zal uitlenen voor geld de norm voor de nabije toekomst worden.

Evert van Straaten
Maart 2009


Foto: billboard Van Gogh tentoonstelling in Brescia, Italië (fotografie: Bas Mühren/KMM)