column

2013 2012 2011 2012 2011 2012 2010 2009 2008 2007 2006

Aankopen

In 1908 kocht Helene Kröller-Müller het eerste belangrijke werk voor haar collectie: Vier uitgebloeide zonnebloemen , een schilderij uit 1887 van Vincent van Gogh. In 2008 verwierf het Kröller-Müller Museum zijn 20.000ste (bij benadering) werk voor zijn verzameling: Cold Storage, Vancouver, een groot fotowerk uit 2007 van de Canadese kunstenaar Jeff Wall. Al honderd jaar lang wordt door ons moderne en eigentijdse kunst verzameld. Het is onvermijdelijk dat veel werken in de loop der jaren iets van hun frisheid, letterlijk en figuurlijk, verliezen en dat het museum voor moderne kunst óók een museum voor oude kunst wordt. Door samenhang te scheppen, door continuïteit te benadrukken en regelmatig nieuw, eigentijds werk binnen te brengen wordt de actuele betekenis van de verzameling en haar onderdelen steeds genuanceerd. Leidend beginsel blijft dat beeldende kunst de blik en de geest steeds anders kan en moet richten, dan we gewend zijn of verwachten. Nieuwe aanwinsten zijn zuurstof voor een verzameling. Ze brengen de eigen tijd binnen, stellen nieuwe vragen en laten je anders kijken naar wat er al is.
Helene en Anton Kröller-Müller betaalden hun aankopen uit de winst van hun eigen bedrijf. Het Kröller-Müller Museum, dat hun in 1935 aan de Nederlandse Staat overgedragen verzameling beheert en sinds 1994 verzelfstandigd is, put niet uit één bron bij de financiering van zijn aanwinsten. Het ‘eigen’ aankoopbudget, zo’n 10% van het beschikbare totaal, wordt gevormd door de winst uit de museumwinkel. Dat geld brengt u, museumbezoeker, dus op wanneer u cadeaus, ansichtkaarten of boeken bij ons koopt. Voor de duidelijkheid: het museum ontvangt sinds 1994 géén jaarlijkse subsidie meer van de rijksoverheid om aankopen te doen. Tweejaarlijks kunnen musea bij de Mondriaan Stichting, die gelden van de rijksoverheid ontvangt, subsidie aanvragen voor hun aankoopbeleid. Dat levert de volgende 10% op, waarvan vooral werk van Nederlandse kunstenaars kan worden aangekocht. De Mondriaan Stichting stelt voorwaarden aan de toekenning, bij voorbeeld op het gebied van het aankoop- en bruikleenbeleid van het museum.
Onze belangrijkste partner bij aankopen is de BankGiro Loterij. Zij heeft dit jaar besloten om met vier voormalige rijksmusea (Rijksmuseum, Van Gogh Museum, Mauritshuis en Kröller-Müller) voor de derde keer een vijfjarige overeenkomst af te sluiten ter ondersteuning van ons aankoopbeleid. Dit betekent 70% van ons totale aankoopbudget. De BankGiro Loterij is een echte mecenas. Het succes van deze en andere Goede Doelen Loterijen heeft de Staat ertoe gebracht om in te willen grijpen in de besteding van de opbrengst ervan. Wij, de musea, zijn het met de loterijen eens dat dit onterecht en oneerlijk is. Vanzelfsprekend moet er toezicht zijn, maar dat de Staat zijn oog laat vallen op een succesvol particulier initiatief dat o.a. musea steunt, die de Staat zelf steeds meer op afstand zet, is lichtelijk absurd. Het is een illustratie van de ontwikkeling die ik in een vorige column beschreef: de Staat wil dat andere marktpartijen de ondersteuning van cultuur steeds meer voor hun rekening nemen, maar kan het sturen niet laten.
Bij elke aankoop wordt overwogen wie of welke instantie om extra steun kan worden gevraagd. Dat maakt de resterende 10% van ons aankoopbudget uit. Een museum kan dan weer apart bij de Mondriaan Stichting aankloppen, waar de deur altijd open staat, of bij andere fondsen als de prestigieuze Vereniging Rembrandt, die in 2008 zijn 125-jarig bestaan viert. Deze vereniging, opgericht en gevoed door particulieren, heeft jaarlijks een ‘bescheiden’ budget van 1,5 miljoen euro te verdelen over de Nederlandse musea.
Het grote, indrukwekkende fotowerk van Jeff Wall is door ons museum met steun van de BankGiro Loterij en de Vereniging Rembrandt aangekocht en daarmee deel geworden van het openbaar kunstbezit: het is dus ook van u. Het maakt tot en met 1 februari 2009 deel uit van de tentoonstelling rond nieuwe aanwinsten in ons museum en zal daarna regelmatig in de wisselende opstellingen in het museum te zien zijn.

Evert van Straaten
December 2008