column

2013 2012 2011 2012 2011 2012 2010 2009 2008 2007 2006

Verrassingen op een toppresentatie

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigjarig bestaan heeft het Kröller-Müller Museum zijn eigen Top 75 uitgeroepen. Door het hele museum en de beeldentuin zijn de geselecteerde topstukken te zien, ten dele als onderdeel van de vaste presentatie, ten dele in een speciale jubileumopstelling. Zoals bij elke ‘best of’ zijn er vertrouwde verschijningen bij en dat geldt zeker voor het Kröller-Müller. De topstukken van het museum zijn vaak wereldwijd bekend. De Van Goghs, de Picasso’s en de Mondriaans liggen dan ook tamelijk voor de hand. Maar er zijn ook verrassingen. Zo werd een monumentaal werk van Donald Judd, dat decennialang gedemonteerd in opslag was, voorzichtig opnieuw in elkaar gezet, schoongemaakt en als het ware weer tot leven gewekt. De aanblik van de zes ‘dozen’, elk ruim tweeëneenhalve meter hoog, breed en diep is, ruim vijfendertig jaar na de ontstaansdatum, nog steeds verbluffend. Menig bezoeker zal het werk nu voor het eerst zien. Dat geldt niet voor Concetto spaziale ‘Natura’ van Lucio Fontana, dat al sinds 1966 in de beeldentuin ligt. De vijf ruwe bronzen ballen, waarin steeds een scheur zit die soms lijkt op een mond, hebben wel iets weg van kleine monsters. De scheuren corresponderen met de scherpe messneden die Fontana in zijn doeken zette, om de illusie van het schilderij te verstoren en letterlijk open te breken. Voordat ze werden aangekocht door het Kröller-Müller, waren de bronzen ballen in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien in een hele andere presentatie: in het halfdonker en met fel strijklicht van een kant, net boven de vloer. Deze theatrale opstelling werd door Fontana bedacht als uiting van zijn opvatting over ‘spazialismo’: ‘Ik wil de ruimte openen, de kunst een nieuwe dimensie verschaffen en met de kosmos, die eindeloos uitdijt, verbinden.’
Om het populaire werk uit de beeldentuin weer eens op deze manier te beleven, werden de vijf bronzen ballen naar binnen gehaald. Met het licht werd geëxperimenteerd, tot uiteindelijk een fel, wit licht het beste bleek. Dit licht strijkt nu, in het schemerdonker van het prentenkabinet, langs de onderkant van vier van de vijf bronzen vormen, scherpe schaduwen werpend op de wand. De vijfde ligt op de gang voor het kabinet, als een wachter, de bezoekers attenderend op dit bijzondere schouwspel.

Lisette Pelsers
Mei 2013