column

2013 2012 2011 2012 2011 2012 2010 2009 2008 2007 2006

Contrastverhouding

We zijn er erg trots op dat het gelukt is om The Paintings van Gilbert & George aan te kopen voor de collectie van het Kröller-Müller Museum. Belangrijke spelers op het culturele veld, zoals de BankGiro Loterij, de Mondriaan Stichting, de Vereniging Rembrandt en haar Titusfonds, het VSBfonds en het SNS REAAL Fonds steunden de aankoop en de Nederlandse Staat droeg een fors bedrag bij uit het Nationaal Aankoopfonds. Gilbert & George zelf hebben de aankoop mogelijk gemaakt door hun sympathie voor ons museum en door hun zeer soepele condities. Ik zie het als een mooi symbool dat de namen van Rembrandt en Mondriaan nu verbonden zijn met Gilbert & George in het museum waar Vincent van Gogh een ereplaats inneemt.
Wat al deze kunstenaars met elkaar (en met velen, velen meer) gemeen hebben is dat ze met overtuiging kunst gemaakt hebben en maken, met een missie de Kunst dienen en gediend hebben, en het leven van vele miljoenen mensen verrijkt hebben en verrijken. Het bestaansrecht van de beeldend kunstenaar wordt bepaald op het grensgebied van zijn individuele drijfveren en de maatschappelijke behoefte aan zijn producten. Tussen persoonlijke drijfveren en de vraag van de markt kunnen ontelbare posities ingenomen worden. Aan ons museum, dat een collectie beheert die in ruim 100 jaar is bijeengebracht, ligt een overtuiging ten grondslag dat de beeldend kunstenaar een visionair is die met zijn kunstwerken een ongebruikelijke kijk op de wereld en op het menselijke bestaan daarin geeft.
Er zijn kunstenaars die buiten het beeld van hun eigen werk blijven, die hun kunst haar werk laten doen, en er zijn kunstenaars die hun persoon mee laten doen. Voor die laatste categorie, waartoe natuurlijk Gilbert & George behoren, heb ik misschien nog wel de grootste bewondering. Het risico is levensgroot dat door wispelturigheid, alledaagsheid, oncontroleerbaarheid, afleiding en allerlei invloeden van buitenaf de boodschap van de kunstenaar niet goed wordt overgebracht. Het behouden van zeggenschap lijkt me dan ook de eerste opgave: zeggenschap over het eigen optreden naar buiten, over het privé leven, over de presentatie van het eigen werk, zowel in tentoonstellingen als in publicaties, over de omgang met de media enz.
Gilbert & George hebben niet de gemakkelijkste weg gekozen door nadrukkelijk hun eigen personen centraal te stellen in hun werk. In het begin waren ze zelf het kunstwerk, als ‘living sculptors’. Nu treden ze weliswaar niet meer op, maar via hun fotografische beeld zijn ze onontkoombaar aanwezig. Ze zijn iconen geworden van modern kunstenaarschap: ondernemend, succesvol, aantrekkelijk voor een groot publiek van alle leeftijden, amusant en toegankelijk. En tegelijkertijd hebben ze belangrijke verworvenheden, die de avant-garde kunstenaars van de 20ste eeuw hebben bevochten, bewaard: onafhankelijkheid, vrijheid van doen en denken, een kritische geest.
Gilbert & George vonden al in de jaren zestig van de vorige eeuw hun motto: Art for All. Voor hen vallen kunst en leven samen en daarmee zetten ze zich in een avant-gardistische, utopisch gekleurde traditie. Ik zie een verbinding met Theo van Doesburg, die in 1917 het nu wereldberoemde tijdschrift De Stijl oprichtte. Van Doesburg gebruikte het woord ‘contrastverhouding’ voor zijn aanpak. Hij gebruikte bewust ‘contrast’ als strategie om de scheidslijn tussen kunst en leven sterk te benadrukken en zo de discussie daarover aan te zwengelen. Hij zette zijn eigen persoon daarvoor ook in. Een van zijn meest in het oog springende methodes was om zich zeer bewust te kleden; een andere aanpak was om steeds in discussies de mening te vertolken die tegengesteld was aan de heersende. Als hij bij voorbeeld het Bauhaus bezocht, een bolwerk van in extravagante vodden geklede mensen, trok hij een driedelig kostuum aan, zette een monocle op en gedroeg zich als een dandy. Dat de energie die hij hiermee opwekte, niet altijd positief werd opgevat, laat zich raden, maar effectief was het wel. Gilbert & George hebben deze aanpak tot een eigen kunstvorm gemaakt en houden zo de creatieve kracht van het tegen-werken levend. Door dat te doen geven ze ons een wijze les en maken ze prachtige en krachtige kunst voor allen.

Evert van Straaten
Januari 2011

Fotograaf: Walter Herfst