column

2013 2012 2011 2012 2011 2012 2010 2009 2008 2007 2006

Theo van Doesburg

Een van mijn favoriete kunstenaars beleeft een nieuwe golf van waardering. De 3 werken van Theo van Doesburg (1883-1931), die we uit onze verzameling aanboden voor Expose! (zie elders op deze website), zijn allemaal door u in de top 50 gekozen en zijn nu in ons museum te zien. Daarnaast was hij eind vorig jaar het middelpunt van een prachtige en rijk gevulde overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden, die in het voorjaar van 2010 in Tate Modern in Londen te zien is.
Vanwege zijn vele gezichten is Van Doesburg nog steeds een controversiële kunstenaar. Mij is hij zo dierbaar, omdat hij het dagelijkse probleem, hoe je leert leven met de alom en altijd aanwezige tegenstrijdigheden, tot zijn artistieke uitgangspunt heeft genomen. Zijn leven en zijn werk zijn een aaneenschakeling van paradoxen; in de geschiedenis van de beeldende kunst is hij één van de eersten die daarmee werkt. Dat leidde bij hem tot een inspirerend en tamelijk vooroordeelloos oeuvre en tot vele vriend- en vijandschappen. Via de omweg van de kunst wilde hij het leven leefbaarder en spannender maken. Hij was niet alleen schilder, maar ook schrijver, dichter, architect, denker, vormgever, typograaf: hij beoefende elke discipline die zijn belangstelling had. Hij had een bijzondere band met Tristan Tzara (1896-1963), de Roemeens-Franse schrijver, die een voorkeur had voor het toeval, waar Van Doesburg zich overigens ook voor interesseerde. Tzara gebruikte toeval als hulpmiddel bij het maken van kunstwerken om op die wijze de kunst weer meer bij het leven te laten aansluiten. Beiden hadden een ambivalente opvatting over de rol van de kunstenaar: eigenlijk zou hij overbodig moeten zijn en zouden kunst en leven één geheel moeten vormen, maar tegelijkertijd vonden ze dat hij nodig was, omdat een creatief leven kennelijk niet zonder impuls van iemand van buiten tot stand kon komen.
Tzara was een Dadaïst. Hij was zelfs de vinder van het woord Dada, en wel, volgens de overlevering, op 8 februari 1916 om 6 uur in de namiddag. Dada stond voor een mentaliteit die dwars inging tegen de heersende esthetiek en daarbij grof geschut inzette: door belachelijk te maken, door slechte smaak, door vulgair taal- en beeldgebruik, door blasfemie en irrationaliteit, door de draak te steken met oude symbolen, door demoralisering en door een neiging tot destructie en nihilisme. Voor Van Doesburg, die ook een theorie over destructie had ontwikkeld, maar dan als methode om op de brokstukken van de oude kunst iets positiefs nieuws op te bouwen, was de kennismaking met Dada en Tzara een openbaring. Beide kunstenaars wilden hun talenten toepassen in het maatschappelijke verkeer zonder hun integriteit te verliezen, maar ook zonder de kunstenaar de aura van een soort priester te geven. Ik denk dat hun opvattingen nog steeds een betekenisvol onderdeel van de erfenis van de klassieke avant-garde van de 20ste eeuwse moderne kunst zijn. Daarom ben ik blij met de hernieuwde aandacht voor deze kunstenaar. In het Kröller-Müller Museum kunt u altijd werken van Van Doesburg en zijn vrienden en vijanden bekijken en ik hoop dat u zich erdoor laat inspireren.

Evert van Straaten
Maart 2010

Afbeelding: Tristan Tzara, Portret van Theo van Doesburg als cacaoboon, 1923